Hoewel jaarlijstjes volstrekt nutteloos en arbitrair zijn, is het samenstellen ervan natuurlijk wel het leukste tijdverdrijf in de laatste maanden van het jaar.

Dit jaar ontdekte ik een stel albums te laat voor het jaarlijstje 2014. Ze zijn echter te mooi om onbesproken te laten.

Sam Brown – Ukulele And Voice – 5 songs (2006)
De eerste twee albums van Sam Brown had ik al jaren in mijn bezit en die ene hit “Stop!” vind ik nog altijd een van de beste popnummers ooit, maar ik heb haar dit jaar helemaal herontdekt. Vooral door Ukulele And Voice, dat precies is wat de titel zegt. Sam Brown is sinds een paar jaar heel fanatiek bezig met ukuleleclubs in Engeland. Deze EP bracht ze al in 2006 uit. Haar stem kwam nooit mooier uit de verf dan hier, juist door de minimale begeleiding. Opgenomen op één middag! Uiteindelijk was het met afstand het meest gedraaide album bij mij, ver voor 2014-releases. Ook het album Box heb ik erg veel gedraaid dit jaar.

Walking Papers – Walking Papers (2013)
Walking Papers uit Seattle is een band met oude rotten. Met leden uit The Missionary Position en The Screaming Trees en bovendien Duff McKagan (Guns N’Roses, Velvet Revolver) als bassist had de band meteen een contract te pakken bij Loud & Proud Records. Het debuutalbum staat vol sfeervolle, laidback bluesrock. Het zal vast niet bij één album blijven, want de heren toeren nog steeds.

Omb – SwineSong (2013)
Het enige van deze albums dat ik nog besproken heb op File Under. De associatie met Amaseffer zorgde voor de belangstelling, de rest deed het album op eigen kracht. SwineSong staat vol avontuurlijke en spannende progmetal.

Oliva – Raise The Curtain (2013)
Jon Oliva van Savatage, Trans-Siberian Orchestra en Jon Oliva’s Pain bracht zijn eerste échte solo-album uit. Na de dood van zijn maatje in Pain, gitarist Matt LaPorte, dook Oliva in materiaal dat hij nog ooit met zijn broer Criss schreef. Een deel werd herschreven en opnieuw opgenomen en aangevuld met nieuw werk kwam Oliva met Raise The Curtain. Minder proggy en minder heavy dan zijn voorgaande werk, maar een ouderwetse goede hardrockplaat. Opvallend is ook de productie: geen oordopjesproductie, maar eentje waarbij de dynamiek voorop stond. Heerlijk!

3 – The Ghost That Gave To Me (2011)
Een veel te onbekende band rond zanger/gitarist Joey Eppard. Waarom ze zo onbekend zijn is overigens makkelijk te verklaren: ze houden zich niet aan genregrenzen en zijn dus moeilijk te plaatsen. The Ghost That Gave To Me is nog het meest te omschrijven als progrock, maar bevat ook poppy pareltjes als “The Barrier”. Ze noemen zichzelf een hybrid band en dat is een uitstekende beschrijving.

Oysterhead – The Grand Pecking Order (2001)
In 2014 herontdekte ik behalve Sam Brown ook Les Claypool. Door zijn Duo De Twang en het album Primus And The Chocolate Factory with The Fungi Ensemble, maar ook door The Grand Pecking Order. Les Claypool samen met Trey Anastasio (Phish) en Stewart Copeland (The Police). Freaky en tegelijkertijd catchy als de neten. Volgens Wikipedia een collaborative eclectic mix of bass-oriented funk metal, ik houd het erop dat het een fraaie mix is van de nog altijd erg herkenbare stijlen van de drie heren.