De prijzen voor de concerten van U2 in Nederland waren bizar hoog, en nog waren de concerten in een half uur uitverkocht. Volgens mij was er één categorie onder de honderd euro, en dat voor een band die al jaren alleen nog uit marketing bestaat.

Ik geloof dat er maar één artiest is waarvoor ik honderd euro zou neertellen om hem te zien: Tom Waits. Vandaag draaide ik Tom Waits’ live-album Nighthawks At The Diner. Een album uit 1975, vóór zijn echte doorbraak. Wat mij betreft is het Waits op zijn best: de sfeer van een kroeg – hoewel het album gewoon werd opgenomen in de Record Plant Studio – en jazzy uitvoeringen met Waits’ onnavolgbare verhalende zang en behoorlijk wat verhalen tussendoor.

Van de studioplaten ben ik vooral dol op The Black Rider, maar slechte platen heeft ‘ie eigenlijk niet gemaakt. Ze hebben allemaal een eigen sfeer, terwijl het tegelijkertijd op en top Waits is. Dat is eigenlijk best opmerkelijk, want soms is zijn werk allesbehalve jazzy.

Dit “Hell Broke Luce” bijvoorbeeld, van zijn meest recente album Bad As Me, zou je kunnen omschrijven met de lekker paradoxale term semi-akoestisch industrial. (Potdorie, die kan in het lijstje Prikkie-genres als gerontorock, Teutoonse marsmetal en stop-en-startprog!). Op dit nummer ook nog wat gasten, zoals Flea (Red Hot Chilli Peppers), Keith Richards en Charlie Musselwhite.