Geen polsverstuikende krachtpatserij, wèl een liedje

Mijn bijdrage aan de Battle der Gitaarsolo’s op Ondergewaardeerde Liedjes:

Ik ben vooral liefhebber van classic rock, progrock en blues. Testosteronland dus, waar een solo met enige regelmaat langer is dan de rest van het nummer. En toch – het zal u wellicht verbazen – ik ben niet echt een liefhebber van solo’s op zich.

Ik ben best te porren voor solo’s, natuurlijk, maar voor mij is het liedje eromheen deel van de aantrekkingskracht. Een mooie solo maakt het liedje beter, maar het blijft deel van het grotere geheel. De solo in Lionel Richie’s Hello is bijvoorbeeld prachtig, ingetogen en volstrekt een met het nummer, maar ja, het glazuur op mijn tanden gaat er al aan bij de gedáchte aan dat nummer. Een heel enkele keer is een solo in zijn eentje het nummer én prachtig, zoals Van Halen’s Eruption, dat hele volksstammen rockgitaristen inspireerde. Maar doorgaans heeft ook een prachtige solo een prachtige omlijsting nodig. Parisienne Walkways van Gary Moore, bijvoorbeeld. Maar gelukkig niet ondergewaardeerd, dus die kan niet. Mijn favoriete gitarist, Frank Marino, soleert doorgaans meer dan de helft van elke song, maar het hoogtepunt Ain’t Dead Yet is mede zo fraai door het drum- en baswerk.

Iemand die jarenlang niet anders deed dan prachtige solo’s omlijsten met even prachtige liedjes was Ritchie Blackmore. Inmiddels maakt hij alleen nog dromerige maar o zo kleffe gitaarpop met zijn gade Candice Night in Blackmore’s Night, maar zowel met Deep Purple als met Rainbow ging het van ingetogen naar hard, hoewel altijd volstrekt beheerst. Op het Rainbow-album Difficult To Cure ging hij van rocksongs met een poppy inslag naar het titelnummer, dat de rockversie is van de Negende van Beethoven.

Halverwege het album stond het hoogtepunt voor mij: Vielleicht Das Nachster Zeit (Maybe Next Time) – Blackmore woonde toen enige tijd in Duitsland, maar een talenknobbel had ‘ie blijkbaar niet. Het zal u misschien verbazen: het is geen gitaarhalsracerij. Integendeel, het is een fraaie instrumental, goed opgebouwd en melodieus. Een track waarvan je zou kunnen zeggen dat de gitaarpartij één lange solo is. Blackmore bewijst ermee dat een goede solo helemaal geen polsverstuikende krachtpatserij hoeft te zijn om je de adem te benemen.

De slechte live-opnamen of cheesy landschappenvideo’s op YouTube zal ik u besparen. Dat doet alleen maar afbreuk aan een prachtig nummer.

Lees ook de (vele) andere bijdragen aan de Battle der Gitaarsolo’s op Ondergewaardeerde Liedjes.