K3 op z’n metals

Laatst zag ik een interview met een muzikant die het zo leuk vond dat in Japan zelfs met de hardste metal het publiek vooraan met een gelukzalige glimlach stond toe te kijken, in plaats van met boze gezichten en heavy metal horns. Ook ik heb niet zoveel met booskijkende muzikanten en fans. Je houdt van de muziek, dus waarom zou je moeten kijken als een Slayerfan bij een K3-concert? Het verklaart misschien ook het bestaan van Babymetal, de Japanse kruising tussen metal en idol.

Dat laatste is het Japanse verschijnsel waarbij (doorgaans prefab-)sterretjes rolmodellen met een hoog schattigheidsgehalte voor de jeugd moeten zijn. Ook in Japan worden deze idols niet heel erg serieus genomen als muzikanten. De idols van Babymetal zijn Su-metal, Moametal en Yuimetal, waarbij Su-metal de meeste leadzang voor haar rekening neemt. Aanvankelijk werd er live een playbackende, gestylede band neergezet, maar inmiddels worden de dames begeleid door een echte band, ook al wisselt de samenstelling van deze Kami Band voortdurend.

Maar ja, hoe serieus moet je dit nu nemen? Volgens mij heb je hier nog het meeste lol aan als je het vooral niet serieus neemt. Het is de typisch Japanse versie van acts als The Monkees en K3. Muziek die van a tot z als marketingtool wordt ingezet en waar de creativiteit helemaal achteraan komt. De teksten schijnen ook over tieneronderwerpen te gaan, als pesten en de druk voor meisjes om slank te zijn. Hoe overtuigend dat laatste is met drie schijnbaar perfecte poppetjes op het podium, kun je je afvragen.

De mate van creativiteit is dubieus. Ik heb voortdurend het idee dat ze eerst naar de beats per minute hebben gekeken, alvorens aan het componeren te slaan. Het recept is verder steeds hetzelfde: vrij vlakke staccato gitaarpartijen, dubbele bassdrums en kamerbrede toetsenpartijen waar schattige geAutoTunede stemmetjes meestal in het Japans overheen praatzingen, zo nu en dan begeleid door gruntende heren. De variatie moet komen van stukjes pop, reggae of r&b die ertussen gegooid worden, om steevast weer terug te keren naar de staccato gitaren.

Een enkele keer leidt het tot aardige resultaten, zoals bij “Catch Me If You Can” en “Akatsuki”. De rest weet zich op een enkele refreintje na amper aan de middelmaat te ontworstelen. Omdat de release hier een stuk later is dan die in Japan (die vond al in februari 2014 plaats!), staan er ook nog twee bonustracks op. “Road Of Resistance” is een recentere track met Herman Li en Sam Totman van Dragonforce (nog zo’n band die ik niet echt serieus kan nemen) en er is een liveversie van “Gimme Chocolate!”.

Het eindoordeel over dit album is echter vooral het gevolg van het simpele feit dat dit album met bonustracks ruim een uur duurt. Een half uurtje van zo’n gimmick is nog lollig, voor ruim een uur heeft Babymetal echter veel te weinig inhoud. Aan het eind slaak ik alleen nog een diepe zucht van opluchting.

File: Babymetal – Babymetal
File Under: K3 op z’n metals
File Spotify: [Babymetal]
File Video: [“Road Of Resistance (live)”] [“Gimme Chocolate! (live)”] [BabyTube]

(earMusic)

Meer recensies én foto’s op File Under.