Opzij, opzij, opzij

Mijn bijdrage aan de Battle over kerken op Ondergewaardeerde Liedjes:

Voor iemand die al naar gelang zijn stemming atheist dan wel Pastafarian is, heb ik waarschijnlijk relatief veel gospel in mijn collectie. Van Prince bijvoorbeeld (link), maar ook van Neal Morse. De reden is simpel: als iemand met passie mooie muziek maakt is dat een goede zaak. De muziek is daarbij wel essentieel. Als de hallelujah’s belangrijker zijn dan de muziek, haak ik af. Is daarentegen de muziek in orde, dan kan ik religieuze vervoering prima hebben. Er zijn grenzen, maar ik luister ook naar een griezelige redneck als Ted Nugent, dus die grenzen zijn vrij ruim.

Vaker kan ik oprecht genieten van de inspiratie die iemand in zijn geloof vindt om mooie muziek te maken. Zoals Ben Harper met de Blind Boys Of Alabama op het album There Will Be A Light. Geen heel heavy boodschappen, gewoon fijne liedjes met meer pret dan boodschap. In de band van Harper zat op dat moment ook ex-Black Crow Marc Ford. De Blind Boys Of Alabama bestonden al sinds de jaren veertig, maar pas aan het begin van deze eeuw werden ze door hun boeker Chris Goldsmith en producer John Chelew op een commerciëler pad gezet. Dat leverde een duizelingwekkende reeks samenwerkingen op, zoals met Peter Gabriel, Charlie Musselwhite, Chrissie Hynde, George Clinton, Richard Thomspon, Allen Toussaint en Lou Reed.

There Will Be A Light was het eerste complete album in samenwerking. Elf tracks op het album, waarvan drie covers, waaronder Bob Dylan’s “Well Well Well”. De afsluiter was “Church On Time”, een stichtelijke variant op Herman Van Veens “Opzij, opzij, opzij (want ik ben haast te laat)” waarin de titel maar liefst achttien keer wordt herhaald. Maar wat geeft het, als dat zo lekker gebeurt?

Lees vooral ook de andere bijdragen aan de battle over kerken op Ondergewaardeerde Liedjes.