Met de doorsnee popzangeres heb ik niet zo veel. Ze zijn voor mijn gevoel vaak eerder het resultaat van een marketingmachine dan muzikanten met een eigen persoonlijkheid. Pink vind ik daar een duidelijke uitzondering op.

Jammer genoeg lijdt ze ook aan wat ik wel het producersyndroom noem. Dat is het idee dat je voor elk nummer een andere producer of zelfs een team van producers inschakelt, die elk op hun beurt weer gaan zitten proberen een hit van hun track te maken. Het gevolg is dat je onevenwichtige albums krijgt, of misschien beter gezegd een verzameling losse songs, daarbij The Art Of The Album negerend.

Een goed album is een kunstwerk op zich, dat als geheel veel sterker kan zijn dan de individuele tracks, hoe goed die ook zijn. Die platenmaatschappijen en artiesten die roepen dat de consument niet meer geïnteresseerd zou zijn in albums hebben een boterberg op hun hoofd. De dalende verkopen zijn voor een flink deel het rechtstreeks gevolg van de liefdeloze benadering van het medium album. Als je rotzooi aflevert, moet je er ook niet gek van opkijken als het niet meer verkoopt.

Zoals gezegd is dit ook bij Pink’s albums het geval. Niettemin is ze wel een van de échten. Luister maar eens naar deze versie van Janis Joplins “Me & Bobby McGee”.