Kapotgeproduceerd

De Graham Bonnet Band is precies zo’n band die veel merkt van het veranderde muzieklandschap. Omdat muzikanten tegenwoordig hun brood moeten verdienen met optredens, zit er net onder de top een grote groep die met steeds weer andere klussen de schoorsteen moeten laten roken. Dat is helemaal niet erg, maar voor een band als deze is het daardoor ook lastig om muzikanten vast te houden.

Gevolg is dat bij het tweede studioalbum van de Graham Bonnet Band er een nieuwe drummer is en de tweede én derde gitarist te horen zijn. Alleen Bonnet, bassiste Beth-Ami Heavenstone en toetsenist Jimmy Waldo zijn gebleven. Meesterdrummer Mark Zonder is al een tijdje geleden opgevolgd door Mark Benquechea en de nog niet eens zo lang geleden toegetreden gitarist Joey Tafolla heeft de opnamen van dit album nog gedaan, maar is inmiddels opgevolgd door Kurt James, net als Tafolla afkomstig uit de shredderstal van Mike Varney. James is alleen op de track Livin’ In Suspicion te horen.

Waar andere classic-rockzangers hun stem inmiddels naar de gallemiezen hebben gezongen (David Coverdale) of simpelweg de hoogte van hun oude materiaal niet meer halen (Ian Gillan) kan Bonnet als zeventigjarige nog steeds prima mee. Natuurlijk, een geschoolde zanger is hij nooit geweest, maar het krachtige, rauwe geluid is er nog steeds, zoals ook op het livealbum Live… Here Comes The Night te horen was.

Het vertrek van Zonder is muzikaal natuurlijk sowieso al een aderlating, maar vooral Tafolla valt me nogal tegen. Ofwel het zijn weinig subtiele powerakkoorden, ofwel het zijn solo’s waarin hij al snel in shredderstrucjes vervalt. In heavy poprock als deze zou je als gitarist het verschil kunnen maken, maar dat doet Tafolla jammer genoeg niet. De in-your-face-productie helpt daarbij ook niet echt. De drums zijn soms erg zwaar aangezet en bij de mix lijken sowieso alle instrumenten meteen naar de max geschoven te zijn. Jammer, want muziek als deze is gebaat bij een dynamische, open productie, die ruimte laat voor mooie details en die ruimte ontbreekt eigenlijk volledig.

Dat is zonde, want het songmateriaal is prima. Poprock met goede hooks en zanglijnen die meteen blijven hangen, in een net wat steviger jasje dan je van poprock gewend bent. Bovendien zitten er ook up-tempo rockers tussen als het titelnummer en Long Island Tea. Bonnet kan zijn kwaliteiten daarmee helemaal laten horen. Alle songs zijn van de hand van de band, behalve Livin’ In Suspicion van Russ Ballard (de man die bijvoorbeeld ook Rainbow’s Since You Been Gone schreef, maar dit is niet een van zijn betere composities) en We Don’t Need Another Hero, een verrassende Tina Turner-cover. Bonnet zet de laatste heel verdienstelijk naar zijn hand, al blijft het instrumentale vuurwerk een beetje uit. Juist de eigen songs zijn het sterkst op dit album.

Bij de cd-versie zit ook nog een dvd met een volledig optreden. Maar liefst twintig tracks, grotendeels uit Bonnet’s verleden bij Rainbow, Michael Schenker Group en Alcatrazz, maar ook een aantal van het eerste studioalbum The Book. Jammer dat het beperkte aantal camera’s en het aan tafeltjes gezeten publiek er bepaald geen dynamische vertoning van maakt. Geluid aan, beeld uit lijkt me nog de beste optie.

Graham Bonnet is op zijn oude dag ineens weer terug in de schijnwerpers met zijn eigen band en dat is iets waar je alleen maar blij mee kunt zijn. Het is poprock in hardrockvermomming van een man die met zijn volstrekt herkenbare stem eigenlijk een veel grotere carrière had moeten hebben. Het is jammer dat dat Bonnet op Meanwhile, Back In The Garage door de productie zo in de steek gelaten wordt. Hij had beter verdiend, en wij ook.

Graham Bonnet Band – Meanwhile, Back In The Garage
(Frontiers)


Graham Bonnet Band website 
Graham Bonnet op Twitter
Graham Bonnet YouTubekanaal 

Deze recensie en meer op Rockportaal.