Na mijn stukje voor Ondergewaardeerde Liedjes draai ik weer wat meer Gary Moore. Een van de opmerkelijkste platen uit zijn solo-oeuvre is G-Force. Tijdens een tournee met Thin Lizzy voor het Black Rose-album, gaf Moore er ineens de brui aan en besloot in Amerika een carrière op te gaan bouwen met drummer Mark Nauseef (Elf, Ian Gillan Band) en bassist Glenn Hughes (Deep Purple). De samenwerking met de laatste kwam na een paar maanden weer tot een einde na een slaande ruzie, en zanger/toetsenist Willie Dee (Captain Beyond) en sessiebassist Tony Newton kwamen er in Hughes’ plaats bij.

Heden ten dage wordt het album als Gary Moore-soloalbum verkocht, maar goed beschouwd was G-Force óók de bandnaam. Hoe dan ook blijft het een opmerkelijk album, met een heerlijke instrumentale rocker als “White Knuckles/Rockin’And Rollin'” naast opmerkelijk poppy tracks als “Hot Gossip” en het door Willie Dee gezongen “I Look At You”.

Consistentie is nooit een sterk punt geweest bij Gary Moore en G-Force zat midden in de onrustigste periode van Moore: in 1978 bracht hij solo Back In The Streets uit, in 1979 Black Rose met Thin Lizzy, in 1980 was er dus G-Force, vervolgens trad hij toe tot de band van Greg Lake voor diens solodebuut en in 1982 bracht hij toch weer een soloalbum uit: Corridors Of Power. En dan laat ik nog buiten beschouwing dat hij na G-Force ook nog een soloalbum Dirty Fingers had opgenomen. Dat album verscheen uiteindelijk namelijk pas in 1983 in Japan en in 1984 in de rest van de wereld.

Het blijft opmerkelijk dat iemand die voortdurend haakse bochten nam in zijn carrière nog zoveel hoogtepunten heeft opgebouwd.