Dope heeft ‘ie niet nodig en de Crowes ook niet

Marc Ford werd het bekendst als gitarist van de Black Crowes, maar na zijn onvrijwillige vertrek door drugsproblemen en de ontwenning daarna zat Ford niet om werk verlegen. Zo zat hij onder andere in de band van Ben Harper en bracht hij in eigen beheer een solo-album uit. In eerste instantie deed hij mee aan de reünie van de Black Crowes, maar vlak voor de tour trok hij zich terug – deze keer omdat hij juist zelf geen zin had om weer in drugsgebruik te vervallen met zijn oude band. In plaats daarvan nam hij met onder andere zijn vroegere maatjes van Burning Tree en zijn zoon Elijah een nieuw solo-album op, Weary And Wired. Ford klinkt daarop allesbehalve vermoeid en opgefokt. Integendeel. Het album heeft een lekkere mix van laidback Youngsiaanse countryblues, Tom Petty-achtige uptempo gitaarsongs en feestelijke rythm and blues. En daarmee zijn niet eens alle stijlen benoemd. Het risico zou levensgroot zijn dat het daarmee een allegaartje zou worden, ware het niet dat Ford’s lome gitaarchops en zijn messcherpe slidegitaarspel (“Smoke Signals” en het instrumentale “Greazy Chicken”!) de rode draad op dit album vormen. Ford heeft een wat dunne stem en zingt ook wat rustiger dan zijn voormalige Black Crowes-kompaan Chris Robinson, maar de overeenkomst in zanglijnen is soms opmerkelijk. Maar bovenal laat Ford hier horen zich moeiteloos op eigen kracht te handhaven. De beslissing om voor zijn gezondheid te kiezen in plaats van voor het geld van de heropgerichte Black Crowes getuigt al van een sterk karakter, dit album is daarbij een passende bekroning. De Crowes zullen Ford meer missen dan Ford de Crowes.

Marc Ford – Weary and Wired
(Provogue / Bertus)