Beetje boel sixties, beetje Britpop, boel pret

In Nederland hebben we het over meegenomen worden door mannen in witte jassen, Motörhead’s Lemmy zong ooit “I really like this jacket, but the sleeves are much too long” en in Kopenhagen schijnt de uitdrukking over een blauw busje te gaan. En toch is wat deze Denen laten horen lang niet gek. Integendeel, op hun tweede album Dear Independence laten ze een heel aanstekelijk soort sixtiespop horen. Met behulp van een oud Hammondorgel en een al even oude Hofnergitaar en hun korte, puntige songs ligt het geluid van The Blue Van dicht bij de vrolijke, optimistische pop van halverwege de jaren zestig. Met name de Kinks klinken vaak door in hun songs. Luister maar eens naar het springerige “Independence” of “Ëlephant Man”. Gooi er wat tikken doorheen voor het vinyleffect en iedereen zal zo geloven dat het uit de jaren zestig komt. Ook het Kinksiaanse “Momentarily Sane” hoort bij de uitschieters op dit album. Prijsnummer is echter single “Don’t leave me blue” met dat simpele maar precies goede ritme en dat lekkere refreintje. Als ik het zou moeten vergelijken met een hedendaagse band, dan kom ik uit bij Cake, vanwege de verraderlijke eenvoud en charme. Alleen waar Cake op en top Amerikaans is, klinkt bij The Blue Van de complete Engelse popgeschiedenis door. Ook voor Britpoppers met historisch besef zou dit dan ook wel eens een heel leuke cd kunnen zijn. De lekker springerige songs en de genant vrolijke uitvoeringen zorgen in elk geval dat ik deze cd nog vaak zal draaien.

The Blue Van – Dear Independence
( TVT / Rough Trade)