Een zeven op de Schaal van Turner

Joe Lynn Turner is zo’n artiest die fantastische platen afwisselt met matige releases. Dat is voor een deel het gevolg van het feit dat Turner zanger is en geen musicus. Hij is voor de composities en productie grotendeels afhankelijk van anderen. Met Ritchie Blackmore in Rainbow en met Glenn Hughes in het Hughes Turner Project was hij op zijn best, op zijn solo-albums, waar de muzikanten voor een enkel album werden ingehuurd, was dat vaak een stuk minder het geval. Zijn laatste solo-album, “The Usual Suspects”, was stevig voor zijn doen en vond ik een van zijn betere solo-albums door de medewerking van Al Pitrelli (ex-Savatage, ex-Megadeth). Na het succes van het Sunstorm-album is Turner weer teruggegaan naar de melodic rock en heeft hij Jim Peterik er als songschrijver bij gehaald. De geest van Ritchie Blackmore waart nadrukkelijk door dit album, want niet alleen heeft Blackmore meegeschreven aan de (vast stokoude) song “Stroke of Midnight”, ook in songs als “Blood Red Sky” en “Cruel” doet gitarist Karl Cochran zijn best als The Man In Black te klinken – met redelijk succes, moet ik zeggen. En toch stelt dit album teleur. Turner is op zijn top als hij zijn best moet doen om over de muziek heen te komen. Op dit album is de muziek nadrukkelijk om zijn stem heen gedrapeerd en kan hij redelijk op zijn gemakje galmen. Dat is prima in ballads, maar het maakt dat de snellere en stevigere songs te vaak niet hun volledige potentie lijken te krijgen. Dit is zeker niet een van zijn slechtere albums, maar met de discografie van Turner zijn er wel heel veel betere te vinden…

Joe Lynn Turner – Second Hand Life
(Frontiers / Rough Trade)