Waaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaah!

Tussen half zeven en zeven uur ’s avonds zit ik meestal in de auto op weg naar huis. Doorgaans heb ik radio 1 aan in de auto, maar in dat ene half uurtje per dag moet er een cd’tje op, wil ik niet hoeven luisteren naar de populistische twee-zinnen-meninkjes van Sjors Fröhlich en zijn gasten. Dan is het verrekte handig als je recensent bent. Je grijpt een stapel in eenvoudige kartonnen hoesjes gestoken recensie-cd’s en en dondert die in het dashboardkastje. Altijd voorraad aanwezig. De cd van Maylene And The Sons Of Disaster bleek een uitgelezen cd te zijn om even de vermoeidheid van de dag van je af te schreeuwen. Zanger Dallas Taylor heeft namelijk een stem die aan Kurt Cobain op In Utero doet denken. Rauw, barstensvol energie en op het eerste gezicht niet overdreven muzikaal. Maar o wat brult het lekker mee. Zeker omdat de van drie gitaristen voorziene band een verdomd aanstekelijke mix brengt van heftige sleazerock en metalcore met een flinke partij southern-rockroots. Doorgaans zit het tempo er flink in, maar met enige regelmaat nemen ze ineens wat gas terug voor een mooi intermezzo om er vervolgens weer op los te beuken. Op de valreep verrassen ze nog met een fraaie ballad met dobro en een ingetogen instrumentaal nummer waar Slash nog jaloers op zou worden. Ik zit zo te genieten dat ik vergeet om zeven uur de radio weer aan te zetten. De mensen naast me in de file zullen me wel voor gek verklaren als ze me zien meebrullen, maar zij hebben geen Maylene And The Sons Of Disaster opstaan en ik wel. Lekker puh!

Maylene and the Sons of Disaster – II
(Ferret / Suburban)