Okee, het is nog geen linedancing…

Tony Furtado is een banjowizard die zich gaandeweg meer bekwaamd heeft als singer-songwriter. Dit is zijn tweede album in die laatste hoedanigheid, waarbij Furtado vooral de akoestische gitaar en de slide hanteert. De man is een zeer vaardig gitarist, dat is zeker. Geen aaneenschakeling van technische hoogstandjes, maar wel goede en met kennelijk gemak gespeelde songs. Typisch Amerikaanse singer-songwriterblues. Een flinke lik country – mede door het gebruik van de slide – maakt het sfeertje Amerikaanser dan Amerikaans. De songs zijn veelal voorzien van lome en toch stevig doorgroovende ritmes, zoals die ook veelvuldig worden gehanteerd door Tom Petty. Tot zover het goede nieuws. Na dertien songs is het namelijk toch allemaal wat te voorspelbaar en heeft het vooral wat te weinig pit. Dat ligt deels aan de stem van Furtado. Een cover als The Who’s “Won’t Get Fooled Again” in een aanzienlijk ingetogener versie had misschien nog best aardig kunnen zijn, ware het niet dat de zanglijnen van Furtado wel heel erg netjes zijn. Een deel van de pit ontleent het origineel aan de uithalen van Daltrey en juist dat ontbreekt volledig in de stem van Furtado. Het doet mij denken aan de countryrock van mainstreamartiesten als Garth Brooks. Weliswaar is dit allemaal wat ingetogener en zonder stadionpathos, maar ook bij die mainstreamartiesten is het de braafheid in de zang die me het meest tegenstaat. Misschien is het dat ik gewoon geen countryliefhebber ben en dan toch liever iets meer rock hoor zoals bij Joe Brown of iets meer schuurpapier zoals bij Kevn Kinney….

Tony Furtado – 13
(Rykodisc / Rough Trade)