Een carrière in zelfspot

Mijn bijdrage aan de Zelfspotbattle op Ondergewaardeerde Liedjes:

De kunst – inclusief pop- en rockmuziek – zit vol snobs, zowel bij de beoefenaren als bij de bewonderaars.

Mijn favoriete bandje Status Quo werd jarenlang laatdunkend afgedaan als ‘drie-akkoorden-bandje’ en gaf een magistraal antwoord door het 28e(!) studioalbum In Search Of The Fourth Chord te noemen. Iemand die zichzelf aanvankelijk zéér serieus nam als acteur en performer was William Shatner. Zozeer zelfs dat hij een soort running joke werd. Tot hij rond de eeuwwisseling doorkreeg dat hij dat imago ook in zijn voordeel kon gebruiken.

Hij ging bewust spelen met dat imago. Hij acteerde de overacterende acteur, zoiets. Of hij nu in Third Rock From The Sun de oversekste galactische overlord The Big Giant Head speelde of in Boston Legal de excentrieke advocaat Danny Crane, Shatner speelde toch vooral zichzelf.

Vanaf 2004 heeft hij ook weer albums gemaakt, met hulp uit onverwachte hoeken. Het popalbum Has Been (2004) met Ben Folds, Joe Jackson en Henry Rollins, het ruimtethema-album Seeking Major Tom (2011) met onder andere Ritchie Blackmore, Alan Parsons, Brad Paisley en Bootsy Collins, het progalbum Ponder The Mystery (2013) met Yes’ Billy Sherwood, Steve Vai en Rick Wakeman, en dit jaar zelfs twéé albums: het countryalbum Why Not Me met Jeff Cook en het kerstalbum Shatner Claus met onder andere Iggy Pop, Todd Rundgren en Billy Gibbons.

Een van de hoogtepunten op Has Been was I Can’t Get Behind That, uitgevoerd met Henry Rollins en daarnaast ook nog Adrian Belew op gitaar. Shatner en Rollins lopen als twee grumpy old men te klagen over van alles en nog wat, van tv-reclames tot rijlesleerlingen. Het hoogtepunt van het nummer is voor mij Shatner die klaagt over rappers: “I can’t get behind so-called singers that can’t carry a tune, get paid for talking, how easy is that?”. Na een korte pauze, alsof hij zich net realiseert wat hij zelf aan het doen is volgt een vrolijk “Well, maybe I could get behind that!”

In dat ene zinnetje doet Shatner precies wat hem alweer twee decennia succes oplevert: zijn eigen imago omarmen. William Shatner is een wat vreemde oom, waarvan je nooit helemaal zult weten hoe hij écht in elkaar steekt, maar één ding is in prettige mate aanwezig: zelfspot. Eén Bono, één Sting en één Kanye West is volgens mij al meer dan goed is voor de wereld.

Lees vooral ook de andere bijdragen aan de Zelfspotbattle op Ondergewaardeerde Liedjes.