Echt Ozzy. Bijna dan…

Slechts weken na het bericht van een samenwerking met Post Malone kwam de bekendmaking dat Osbourne een nieuw album aan het maken was met Post Malone-producer Andrew Watt. Watt was ook de gitarist van dienst, met daarnaast Duff McKagan (Guns N’Roses) als bassist en Chad Smith (Red Hot Chili Peppers, Chickenfoot) als drummer.

Geen Zakk Wylde als gitarist, maar wel Andrew Watt. Die wordt her en der wel smalend afgedaan als “een popproducer”. Think again. Watt was de geweldige gitarist in het powertrio California Breed met Glenn Hughes en Jason Bonham. Watt, McKagan en Smith zijn samen ook verantwoordelijk voor vrijwel alle composities, met her en der nog een externe songwriter erbij. In een interview liet McKagan horen dat ze in slechts vier dagen geschreven zijn.

Het zijn songs die bijna allemaal volstrekt herkenbaar zijn als Osbourne-songs. Natuurlijk, dat wat jengelende nasale stemgeluid herken je uit duizenden, maar ook verder zijn het songs waarin Osbourne kan doen wat hij altijd doet. Een paar up-tempo rockers, een stel ballads – waaronder een tegenvallende met Elton John die alle elementen uit Guns N’ Roses’ November Rain afvinkt – en veel mid-tempo. En een bonustrack om direct te vergeten, maar daarover later. Bij opener Straight To Hell zit je na een vocaal intro vrijwel onmiddelijk in vertrouwd Ozzyterrein. The synths in het refrein zijn een kleine verrassing, maar die storen niet. Met name het steviger werk is echt de moeite waard. Dat staat ook goed verdeeld over het album zodat nogal flauwe deuntjes als Today Is The End geen te grote impact hebben. Straight To Hell, Under The Graveyard, Eat Me, Scary Little Green Men en It’s A Raid. Die laatste track, met Post Malone, weet modern en ouderwets heavy te combineren en is misschien wel de verrassing van het album.

En die ‘popproducer’, merk je dat nou? Mwah, de productie is wat strakker en de riffs daarmee ook ontdaan van de scherpste randjes, maar er zitten nog steeds vette riffs tussen die de song dragen. Aan de stem van Osbourne (én die van Elton John, trouwens) is stevig gesleuteld, maar dat is al geen verrassing meer. McKagan en Smith zijn mannen die kunnen spelen wat er van ze gevraagd wordt en kunnen desondanks hier en daar hun stempel erop drukken. Andrew Watt heeft qua gitaarwerk afgeleverd wat ik hoopte: échte rockpartijen en her en der een fikse solo. De basis op dit album is toch iedere keer weer een rockband geweest en dat hoor je.

Alleen de ‘bonustrack’ Take What You Want, die hadden ze er van me af mogen laten. Een track zonder Smith en McKagan en mét Post Malone en rapper Travis Scott. Drum programming en alle instrumenten door Watt en een échte popproducer, Louis Bell. Het zal ongetwijfeld een hitje opleveren, maar het past voor geen meter bij de rest van het materiaal. Menig rocker zal doen alsof het album na It’s A Raid ophoudt en die laatste track overslaan.

Is dit nou een echt Ozzy-album? Op die laatste track na kan ik daar met een volmondig ja op antwoorden. Het is geen puur metalalbum, maar Ozzy solo is ook zelden pure metal geweest. Scary Little Green Men is heavy in uitvoering, maar als compositie zo poppy als de neten. Dat is ook Ozzy. Osbourne zou van plan zijn nog vóór de aanstaande tour een nieuw album op te nemen. Blijkbaar heeft hij haast om zijn carrière af te ronden. Mocht dat niet meer lukken, dan is ook Ordinary Man een waardig album om mee af te sluiten. Alleen die bonustrack, brrr…

Ozzy Osbourne – Ordinary Man
(Epic)

Ozzy Osbourne website

Deze recensie en meer op Rockportaal