Je kent het wel. Dat album dat steeds weer in je playlist verschijnt. Een plaat die herinneringen oproept. Een klassieker die bekend of onbekend is voor het grote publiek. Rockportaal plaatst regelmatig een recensie van een classic album.

Bij het overlijden van Eddie Van Halen werd de afgelopen weken steeds weer vermeld dat Van Halen I de rockgitaar vernieuwde en dat 1984 de commerciële doorbraak van de band was. Logisch natuurlijk, maar ik wil toch een lans breken voor wat ik als hun beste album beschouw: Fair Warning. Het album, negen tracks lang en het kortste uit hun discografie met maar net 31 minuten verkocht redelijk maar niet geweldig en de kritieken waren zeer wisselend. Ten onrechte, als je het mij vraagt.

Uitgebracht in 1981 was Fair Warning het vierde album in vier jaar, met de zelfde producer (Ted Templeman) en dezelfde engineer (Donn Landee) als de voorgaande drie, maar voor het eerst met een andere sfeer dan bijna alleen de uitbundige lang-leve-de-lol hardrock van de voorgaande drie. Fair Warning was heavier, donkerder, introduceerde het prominent gebruik van de synthesizer, had meer progressieve kantjes en sowieso een breder muzikaal palet. Dat ging overigens niet zonder slag of stoot. David Lee Roth en Ted Templeman waren geen voorstanders van veranderingen en waren ook degenen die het gebruik van covers op eerdere albums aandroegen. Eddie Van Halen had een medestander voor nieuwe muzikale paden in Donn Landee. Om aan nieuw materiaal te werken zonder dat Roth en Templeman hen op de vingers keken gingen ze na de “normale” werkzaamheden getweeën door in de studio. Na dit album zou hij zich verzekeren van meer creatieve ruimte (ook letterlijk) door de bouw van zijn eigen 5150 Studios.

Toch was in de meeste songs het Van Halen-DNA niet ver weg. De eerste helft van het album sluit eigenlijk nog naadloos aan op de voorgaande drie albums. Upbeat hardrocksongs met innovatief gitaarwerk en een vrolijk ad libbende David Lee Roth. Opener Mean Street – die ook de zinsnede bevat die uiteindelijk de albumtitel zou worden -, Dirty Movies en het furieuze Sinner’s Swing! zijn smakelijke rockers en Hear About It Later is een typisch stadionanthem, groots van opzet en zeer geschikt om mee te brullen. De track die het meest de klasse van Van Halen uitstraalt is Unchained. Het intro is al op en top Van Halen door er instrumenten en zang er een voor een bij te halen. In het vervolg is het gitaarwerk buitengewoon ritmisch, met halverwege de typisch Roth-humor met het dialoogje met producer Ted Templeman: “Come On Dave, gimme a break!” “One break, coming up!”.

Na Unchained komt de eerste verrassing: Push Come To Shove. Het is niet eens rock. Het is funk, met hooguit een randje rock. Het is de track waarop David Lee Roth en Michael Anthony mogen schitteren en Eddie Van Halen voor de aankleding zorgt met goedgeplaatste loopjes. De melodie wordt echter gedragen door Roth en Anthony. Live kon Roth het Van Halen-materiaal niet altijd waarmaken, zeker in latere jaren, maar in de studio was zijn frasering geweldig en zelden was die beter dan hier. Michael Anthony, die zich doorgaans beperkte in zijn baspartijen en daarmee ruimte schiep voor het gitaarwerk van Eddie Van Halen, was daarmee altijd belangrijk maar was hier ook zichtbaar de drijvende kracht.

Bij So This Is Love? wordt in het intro hetzelfde trucje uitgehaald als bij Unchained. In het vervolg was het de meest poppy track van het album en het was dan ook de eerste single. Daarna volgt een track die ‘óg meer afwijkt dan Push Come To Shove: Sunday Afternoon In The Park. Een twee minuten durende instrumental waarop Eddie Van Halen voor het eerst de synth (een Electro-Harmonix Micro-Synthesizer) de hoofdrol geeft, met broer Alex’ droge drumwerk als betonnen ondergrond. Tot slot wordt er in twee minuten One Foot Out The Door doorheen gejaagd, met een stevige synthondergrond, maar in wat verder wel een uptempo rocker is met een geweldige gitaarsolo naar het einde.

Eddie Van Halen was op dit album weer buitengewoon innovatief met zijn gitaarspel, waar de voorgaande twee albums mijns inziens in dat opzicht toch een beetje herhalingen van zetten waren. Daarnaast was voor het eerst het gebruik van de synthesizer zo prominent, wat later bij Jump tot commercieel succes zou leiden. Michael Anthony kreeg nooit meer ruimte voor zijn basspel dan op dit album, met Push Comes To Shove als hoogtepunt, en Roth liet horen dat hij een allround zanger was. Gek genoeg betekende de drang naar creatieve ruimte voor Eddie Van Halen uiteindelijk dus ook meer creatieve ruimte voor Anthony en Roth.

Ja, met Van Halen I belandde de rock ineens in een nieuw tijdperk en het commerciële appeal en succes van 1984 valt ook niet te ontkennen, maar Fair Warning is voor mij de spannendste plaat die Van Halen ooit heeft gemaakt. Warm aanbevolen.

Van Halen – Fair Warning
(Warner Bros.)

Van Halen website

Deze recensie en meer op Rockportaal