Verhuisd

In rock en blues zit je doorgaans toch echt aan minimaal drie muzikanten vast om genoeg herrie te kunnen maken. Dus duo’s als Larkin Poe en When Rivers Meet nemen bij de meeste concerten meer muzikanten mee. Toch zijn er van tijd tot tijd ook ‘echte’ duo’s te vinden. The White Stripes bijvoorbeeld, The Inspector Cluzo, Royal Blood en ook Ko Ko Mo.

Ko Ko Mo bestaat uit leadzanger/gitarist Warren Mouton en drummer/zanger K20, ofwel Kevin Grosmolard. Met zijn tweeën slagen ze erin een flinke bak herrie te maken. Natuurlijk hebben ze er in de studio meer lagen in gestopt, dat is bijna onvermijdelijk, maar je snapt wel hoe ze het geluid ook live met zijn tweeën opgevuld krijgen: de drums ver naar voren in het geluidsbeeld, een ronkend gitaargeluid met veel effecten en een regelmatig stevig uithalende zanger.

De zang van Mouton op hun vierde release Need Some Mo’ is van de Robert Plant-soort die heden ten dage bij heel veel bandjes te horen is. Zang die vaak op het randje van schreeuwen zit maar altijd heel gecontroleerd blijft. Er is inmiddels een heel contingent van prima zangers in die categorie. Mouton hoort niettemin bij de beteren, met naast het rockelement ook een lekkere soulcomponent en een fijn vibrato.

De songs volgen steeds hetzelfde stramien. Grosmolard legt een drumpatroon neer waarin hij juist met de basdrums heel veel opvult, vaak in combinatie met een basgeluid – of dat nu basgitaar, gitaar-met-effect of baspedalen zijn. Daarna zijn het gitaar en zang (met of zonder koortjes) die het geluid uitvullen. Vanaf de lekker scheurende gitaar waarmee All Along het album opent knalt het enthousiast voorwaarts en ik kan niet anders zeggen dan dat het het hele album blijft knallen. Het beweegt zich van invloeden van Led Zeppelin via Wolfmother en Queens Of The Stone Age naar hedendaagse collega’s als Greta Van Fleet en Goodbye June en toch hebben ze een duidelijke stijl. Ondanks dat Mouton veel met zijn gitaar moet opvullen blijven het aanstekelijk voortdenderende melodieën, waardoor de bijna formulematige aanpak toch een album lang blijft werken.

Need Some Mo’ bevat twaalf tracks die allemaal zo’n drie á vier minuten lang zijn, op twee na: de korte instrumentale track Breather (what’s in a name, de enige track die niet moddervet is) gaat vooraf aan de ruim acht minuten durende trage beuker Non Essential Man. Ik heb de indruk dat dat het eigenlijke einde van het album is en dat de track erna als het ware het toetje is. Dat is namelijk de cover van Last Night A DJ Saved My Life waar ze al twee jaar geleden de aandacht wisten te trekken. Het origineel van Indeep is een vette discostamper, maar de geslaagde Ko Ko Mo-versie doet daar nog amper aan denken.

Need Some Mo’ is aanzienlijk heavier dan je zou verwachten van een tweemansformatie. In mijn kasten heb ik voor albums onder andere een onderverdeling tussen blues enerzijds en rock en metal anderzijds. Dit Ko Ko Mo stond aanvankelijk bij de afdeling blues, maar is inmiddels verhuisd naar de afdeling rock en metal. Ik ben niet van het headbangen, maar bij Ko Ko Mo betrapte ik mezelf er zo nu en dan op…

Ko Ko Mo – Need Some Mo’
(PIAS)

Ko Ko Mo website
Ko Ko Mo op YouTube

Deze recensie en meer op Rockportaal