Met de opener van Eclipse, “City Of Hope”, zit je meteen in Journeyland. De midtempo rocker begint met een typisch Neal Schon-loopje dat verder het hele nummer blijft doorgaan, de zang is galmend en het refrein is een Journeyrefrein uit het boekje, vooral door de koortjes. We zijn weer thuis. In de AOR zijn ze met afstand de meest gekopieerde band en toch zijn ze zelf uit duizenden herkenbaar, da’s knap. Dat neemt niet weg dat het vorige album Revelations me fors tegenviel. Het eerste album met Arnel Pineda – toch een prima nieuwe frontman – haalde het compositorisch absoluut niet ten opzichte van de uitstekende voorganger Generations. Ik was dan ook heel benieuwd of Eclipse me wèl zou kunnen bekoren. Opvallend is dat de meeste songs rond de zes minuten lang zijn. Dat heeft Neal Schon de ruimte gegeven om met veel gitaarlagen een pulserende basis te leggen voor de songs. In een nummer als “Resonance” werkt dat magistraal. Ook “Human Feel” is met heerlijk voortrollende drums, een fijn orgeltje en een verrassend eenvoudige gitaarpartij een lekkere rocker. “Tantra” is daarentegen een galmballad die zich zonder hoogtepunten naar het einde sleept. Dit is typisch zo’n nummer dat een van de vele Journeyklonen óók had kunnen maken. Dan is het alleen maar heel lang wachten voor het afgelopen is… Pineda toont zich weer een uitstekende zanger – al schijnt ook hij zich op de recent verschenen Live in Manilla-dvd de tanden stuk te bijten op de hoge Steve Perry-partijen – en Neal Schon neemt heel veel ruimte, wat een paar lekker heavy nummers oplevert. De ritmepartij van “Chain Of Love” heeft zelfs een typische Whitesnakefeel. Helaas zitten er ook een paar zeperds tussen. Je wilt horen dat je naar Journey luistert en niet naar een van de vele klonen. Iedere keer dat ik nét denk dat het toch wel weer een lekker album is, komt er weer zo’n zeperd voorbij die de vaart eruit haalt. Close but no cigar.

Journey – Eclipse
(Frontiers / Rough Trade)