Horten en stoten

Het opnemen van een album is pas het halve werk. Meteen daarna volgen de promotie en de bijbehorende tournee. Bij Inglorious gaat dat met horten en stoten.

Na het vorige album II vertrok gitarist Wil Taylor en de opvolger Ride To Nowhere was nog niet opgenomen of zijn opvolger Drew Love, gitarist Andreas Eriksson en bassist Colin Parkinson vertrokken. Het was aan zanger Nathan James om de negatieve publiciteit op te vangen. En die was er. Genuanceerd als fans kunnen zijn – kuch – kreeg James de volle laag, terwijl er tal van redenen kunnen zijn voor het vertrek van bandleden. James en drummer Phil Beaver hebben inmiddels een nieuwe band om zich heen verzameld, maar ze moeten nog wel op tournee met het nieuwe materiaal dat nog door de oude band is geschreven en ingespeeld.

Vertrokken bandleden of niet, Nathan James is nog steeds het volstrekte middelpunt. Hij heeft nogal wat muzikale naamgenoten, maar deze heeft ervaring bij Uli Jon Roth en Trans-Siberian Orchestra en in de categorie bluesy hardrock zijn er niet veel betere zangers te vinden. Hij is duidelijk beïnvloed door zangers als David Coverdale en Glenn Hughes zonder een kopie neer te zetten. Integendeel, hij is echt herkenbaar.

De songs zijn degelijk, hoewel het refreintje-coupletje-refreintje is, met veel ruimte voor Nathan James’ uithalen. Gitarist Wil Taylor vertrok omdat hij meer grungy muziek wilde maken (volgende week komt het debuut van zijn band Deever uit) en het is wel logisch dat daar geen ruimte voor was in Inglorious. De band mag dan spreken van een duidelijke verandering in de sound, ik hoor het niet, zeker niet op de eerste helft van het album. De productie is weer door de band en net als de vorige keer is de mix gedaan door Kevin Shirley (vaste producer van Joe Bonamassa) en laten we wel zijn: de stem van Nathan James is veelzijdig, maar in de bluesy hardrock is het galmen wat de klok slaat. Daar past een bepaald soort song bij en dat is precies wat je hier krijgt. Perfect uitgevoerd met het geluid helemaal in balans, dat wel.

En toch… De band is meer dan competent, maar een Doug Aldrich, Paul Gilbert of Nuno Bettencourt zit er niet tussen. Het duurt daarom tot halverwege tot de band zich een beetje uit het keurslijf van de formulerock weet te worstelen. I Don’t Know You is een prachtige powerballad, waarop de soulkant in James’ stem naar voren komt. Ook het titelnummer is erg fraai en laat een kant horen die op de eerste helft van het album vrijwel ontbreekt. De afsluiter, het akoestische Glory Days is een pareltje. De bonustrack is een pianoversie van I Don’t Know You, met een zangeres erbij, die het een randje Trans-Siberian Orchestra geeft.

De belofte van het debuut maken ze ook op Ride To Nowhere niet helemaal waar, omdat ze pas op de tweede helft van het album de gebaande paden durven te verlaten. Laten we hopen dat de nieuwe band, met de pas 19-jarige Braziliaanse gitarist Danny Dela Cruz, daarop kan voortbouwen. Ride To Nowhere stijgt zonder meer weer boven de middelmaat in dit genre uit, maar van grote stappen vooruit is nog geen sprake. En dat had ik eigenlijk wel een beetje verwacht.

Inglorious – Ride To Nowhere
(Frontiers Music)

Inglorious website
Inglorious op Twitter
Meer (audio)video’s op het Frontiers YouTubekanaal

Deze recensie en meer op Rockportaal.