Gisteren was in Utrecht de Dio-documentaire Dreamers Never Die te zien. Aanstaande zondag is die in een aantal andere steden nog te zien en voor de liefhebber is ‘ie de moeite waard.

Natuurlijk, Wendy Dio is co-producer en dat was een garantie dat negatieve geluiden de documentaire niet zouden halen (en Vivian Campbell ook niet), maar er was genoeg dat ik nog niet wist. Wat mij bijvoorbeeld ontgaan was is dat Dio, toch niet onbelangrijk bij de songwriting voor de eerste albums van Rainbow, bij leven geen cent van de royalties heeft gezien. Ander weetje: de eerste gouden plaat die Ronnie James Dio ooit kreeg kwam uit Nederland en was voor “Love Is All”. Het verhaal over Siron Construction is trouwens ook geweldig. (Nee, die leg ik niet uit.)

Er is ook aandacht voor Hear ‘N Aid, waarbij ook Michael McKean aanwezig was in zijn persona van David St. Hubbins uit Spinal Tap. Die vertelt (als Hubbins) dat hij het zo waardeert dat de ook aanwezige Yngwie Malmsteen op de hoezen altijd Yngwie J. Malmsteen had staan, om verwarring met alle andere Yngwie Malmsteens in de business te voorkomen.

Het heeft wel dezelfde onevenwichtigheid als de ZZ Top-docu van een tijdje geleden. Er wordt uitgebreid bij albums stilgestaan, maar de Dio-albums vanaf Sacred Heart gaan er in twee minuten doorheen, met Doug Aldrich met één zinnetje in beeld, terwijl Rowan Robertson (van het geweldige album Lock Up The Wolves) en Tracy G (Strange Highways en Angry Machines) niet eens genoemd worden.

Maar goed, ook met die kanttekeningen heb ik me twee uur prima vermaakt. Een aanrader dus.