Coversalbums zijn er in overvloed en ik heb er heel wat in de kast staan. Covers dóór één enkele band (zoals Queensrÿche’s Take Cover of Joe Bonamassa’s recente livealbum The Spirit Of Rory – Live From Cork) of covers ván één band door verschillende bands of bij elkaar gezette muzikanten zoals Magic Power (All-Star Tribute To Triumph) of iets daartussenin, zoals William Shatner’s Seeking Major Tom. In de rockhoek is Cleopatra Records een soort coversalbumfabriekje (zie ook William Shatner, binnenkort weer een metalcoversalbum van Shatner!) . Daarbij moet meteen gezegd worden dat de kwaliteit heel wisselend kan zijn – het is soms meer handel en werkverschaffing dan een labour of love.
Het Britse Ace Records straalt iets meer liefde voor muziek uit met hun Songwriter Series. De laatste release is Where The Willow And The Dogwood Grow – Words And Music By Tom Waits And Kathleen Brennan. Geen muzikanten die verzocht worden hun bijdrage aan een cover te verlenen, maar covers die de muzikanten zelf al ooit hebben opgenomen. De oudste uit 1984 (“Jersey Girl” door Bruce Springsteen), de nieuwste uit 2020 (“Hold On” door Madison Cunningham) en verder bijvoorbeeld The Blind Boys Of Alabama, Marianne Faithfull, Johnny Cash, Willie Nelson en Alison Krauss & Robert Plant. Ondanks dat er decennia tussen de verschillende covers zitten is het een heel consistente verzamelaar – behalve misschien de cover van “I Don’t Wanna Grow Up” door The Ramones (!) die dan wel weer heel slim halverwege zit.
Een van de fijnste covers op het album is “Trampled Rose” van Alison Krauss en Robert Plant van het album Raising Sand. Totaal anders dan de gruizige versie van Tom Waits, maar het werkt nog steeds.
Lollig detail: “Jersey Girl” droeg Waits in 1980 op aan Kathleen Brennan, kort voor Waits en Brennan trouwden. Vanaf Swordfishtrombones werd de invloed van Brennan op Waits’ muziek steeds groter en zij is dan ook integraal onderdeel van het succes van Tom Waits. Zoals Waits het zelf omschreef: “…one person holds the nail and the other one swings the hammer…”.