Zelden klonken tuimelende toonladders op een Hammondorgel zo smerig

Mijn bijdrage aan de Intro’s Battle:

Het Deep Purple-album Machine Head bevat eigenlijk alleen maar klassieke tracks, maar “Smoke On The Water” en “Highway Star” zijn met afstand de bekendste. Het beste intro ooit komt ook van dat album, en toch ook weer niet. “Lazy” heeft op Machine Head een prachtig intro, maar de versie van het live-album Made In Japan is vele malen beter.

Nog voor daar het nummer eigenlijk begint worden de vingers al even lekker losgespeeld door vooral toetsenist Jon Lord en gitarist Ritchie Blackmore. Na een aanzwellend suizend orgelgeluid komt het eerste deel van het intro. Het kenmerkende geluid van Jon Lord’s set-up (een Hammondorgel door Marshall gitaarversterkers) komt in dit deel buitengewoon goed tot uiting. Zelden klonken tuimelende toonladders op een Hammondorgel zo smerig. Dit is grunge voordat er grunge was.

Plots gaat het volume omlaag, zet Lord een bluesriedel in die je eerder van een mondharmonica zou verwachten en doet de hi-hat van drummer Ian Paice zijn intrede. Terwijl Jon Lords orgel langzaam een cleaner geluid krijgt, voorziet het drumwerk het intro van een jachtiger component. Ritchie Blackmore warmt zich al op en Paice en Lord bouwen fraai op naar het moment dat Ritchie Blackmore’s gitaar invalt. Blackmore houdt de spanning vast door zijn gitaarspel juist niet razendsnel en moddervet te starten. Door heel klein en ingetogen te beginnen wordt de adrenaline van het publiek weer afgebouwd.

Stapje voor stapje wordt het volume wat opgevoerd, tot de hele band de remmen losgooit en Blackmore’s gitaarpartij met alle beschikbare decibellen wordt ondersteund. Is het dan eindelijk tijd voor het eerste couplet? Nee, natuurlijk niet. Eerst volgt er nog een orgelsolo die er een fikse lik funk ingooit. Kijk, en nu – na meer dan de helft van het nummer – mag het couplet beginnen.

Het intro van “Lazy” is de perfecte opsomming van Deep Purple op zijn hoogtepunt. Blues, klassieke invloeden en funk zijn integrale onderdelen van wat toch onmisbaar een rockgeluid is, van magistrale individualisten die elkaar naar nóg hogere hoogten stuwen. Het is een bombastisch ‘kijk mamma, zonder handen’-intro en toch ook weer niet. Want meer dan dat is het een ode aan hard en zacht, aan dynamiek en melodie.

Lees vooral ook de volledige Intro’s Battle op Ondergewaardeerde Liedjes.